Audiotour

AudiotourArcheologische site

Nur auf Niederländisch

2 Tour-Stationen

  1. Audio-Tour Zusammenfassung
  2. Audio-Tour Zusammenfassung

    De Abdij van Stavelot is een van de oudste kloosters van België.
    In het hartje van de stad Stavelot vormen de overblijfselen van de abdijkerk met de kloostergebouwen het historische centrum van het voormalige prinsbisdom van Stavelot-Malmedy.
    De geschiedenis ervan begint rond 650 toen Remacle, een monnik afkomstig van Aquitaine, een religieuze gemeenschap stichtte in Malmedy en Stavelot.
    Volgens de legende werd Remacle vergezeld door een ezel die hem hielp bij de bouw van het klooster door de stenen op zijn flanken te dragen, in twee grote manden. De duivel, die toen nog over dit deel van de Ardennen heerste, besloot zijn plan te ondermijnen. Op zekere dag, terwijl Remacle in de schaduw van een eik rustte, verslond Satan, in de gedaante van een wolf, de ezel met huid en haar. Toen Remacle wakker werd en zijn ezel niet zag, ging hij op zoek naar hem. In de bocht van een schaduwrijke plek langs de Amblève ontdekte hij een enorme verzadigde wolf, die lag te dommelen achter een rots, met de manden van de ezel aan zijn zijde. Hij besefte dat dit het werk van de Duivel was, gooide zijn rozenkrans om de nek van het dier en bond de manden van zijn overleden ezel op de wolf om hem te dwingen de bouw van het klooster te voltooien. Toen de bouw was voltooid, maakte Remacle de manden los en nam zijn rozenkrans terug. De wolf verdween onmiddellijk. Aan deze beroemde legende van de heilige Remacle heeft de stad Stavelot zijn naam te danken, Stâv'leû, dat in het Waals “de stal van de wolf” betekent. Het wapenschild van de stad verwijst ook naar de legende: het beeldt de gezadelde wolf af, met twee manden gevuld met stenen, en de heilige Remacle met mijter, staf en boek.
    De abdij kende zijn grootste expansie in de 11e eeuw onder het abdijschap van Poppon. Ter vervanging van het gebouw dat werd opgetrokken in de vorige eeuw begon Poppon met de bouw van een grote bedevaartkerk. Deze was bedoeld om de vele pelgrims te onthalen die massaal naar de relikwieën van de heilige Remacle kwamen. Een subtiele mengeling van Ottoonse en Franse invloeden, vanwege de geografische ligging tussen twee grote beschavingen, geeft het gebouw een zeldzaam archeologisch belang. De indrukwekkende afmetingen, het originele plan en, later, de rijke schat droegen bij aan de roem ervan.
    Archeologische opgravingen sinds 1977 hebben een groot deel van deze majestueuze abdij blootgelegd.
    Als u nu enkele stappen zet om in het midden van de overblijfselen te gaan staan en in de richting van de toren, in het westen, kijkt, kunt u zien dat het Ottoonse gebouw een breed schip vertoont, verdeeld in drie beuken van acht traveeën gescheiden door kruisvormige pijlers. Wanneer u naar de andere kant van het gebouw, in het oosten, kijkt, zult u het transept onderscheiden, voorzien van een vlakke apsis gevormd door zuilen. Op de kruising van het transept en het schip vindt u het koor van de monniken, waarvan de vloer lager gelegen is dan de rest van de kerk. Het halfronde koor wordt omringd door een kooromgang met een veelhoekig chevet. U hebt toegang tot de half begraven buitencrypte, gebouwd in het verlengde van de kooromgang, via zijwaartse gangen met een zachte helling. De crypte heeft dezelfde breedte als het schip van de kerk en bestaat uit vijf beuken eindigend in gespreid opgestelde absidiolen. Elk ervan herbergt de voet van een altaar.
    Het gebouw zal grotendeels intact blijven tot het begin van de 16e eeuw. De kerk was toen in zeer slechte staat en abt G. Manderscheidt begon met de wederopbouw in gotische stijl. Hij behield echter de oorspronkelijke indeling van de Ottoonse kerk.
    In 1796 gaven de vluchtende monniken de abdij over aan de Franse revolutionaire legers. De kerk diende vervolgens als steengroeve en in 1808 werd de toren gesloopt tot de verdieping waarop de klokken werden geluid.

  3. 1 Abdij van Stavelot
  1. Audio-Tour Zusammenfassung

    De Abdij van Stavelot is een van de oudste kloosters van België.
    In het hartje van de stad Stavelot vormen de overblijfselen van de abdijkerk met de kloostergebouwen het historische centrum van het voormalige prinsbisdom van Stavelot-Malmedy.
    De geschiedenis ervan begint rond 650 toen Remacle, een monnik afkomstig van Aquitaine, een religieuze gemeenschap stichtte in Malmedy en Stavelot.
    Volgens de legende werd Remacle vergezeld door een ezel die hem hielp bij de bouw van het klooster door de stenen op zijn flanken te dragen, in twee grote manden. De duivel, die toen nog over dit deel van de Ardennen heerste, besloot zijn plan te ondermijnen. Op zekere dag, terwijl Remacle in de schaduw van een eik rustte, verslond Satan, in de gedaante van een wolf, de ezel met huid en haar. Toen Remacle wakker werd en zijn ezel niet zag, ging hij op zoek naar hem. In de bocht van een schaduwrijke plek langs de Amblève ontdekte hij een enorme verzadigde wolf, die lag te dommelen achter een rots, met de manden van de ezel aan zijn zijde. Hij besefte dat dit het werk van de Duivel was, gooide zijn rozenkrans om de nek van het dier en bond de manden van zijn overleden ezel op de wolf om hem te dwingen de bouw van het klooster te voltooien. Toen de bouw was voltooid, maakte Remacle de manden los en nam zijn rozenkrans terug. De wolf verdween onmiddellijk. Aan deze beroemde legende van de heilige Remacle heeft de stad Stavelot zijn naam te danken, Stâv'leû, dat in het Waals “de stal van de wolf” betekent. Het wapenschild van de stad verwijst ook naar de legende: het beeldt de gezadelde wolf af, met twee manden gevuld met stenen, en de heilige Remacle met mijter, staf en boek.
    De abdij kende zijn grootste expansie in de 11e eeuw onder het abdijschap van Poppon. Ter vervanging van het gebouw dat werd opgetrokken in de vorige eeuw begon Poppon met de bouw van een grote bedevaartkerk. Deze was bedoeld om de vele pelgrims te onthalen die massaal naar de relikwieën van de heilige Remacle kwamen. Een subtiele mengeling van Ottoonse en Franse invloeden, vanwege de geografische ligging tussen twee grote beschavingen, geeft het gebouw een zeldzaam archeologisch belang. De indrukwekkende afmetingen, het originele plan en, later, de rijke schat droegen bij aan de roem ervan.
    Archeologische opgravingen sinds 1977 hebben een groot deel van deze majestueuze abdij blootgelegd.
    Als u nu enkele stappen zet om in het midden van de overblijfselen te gaan staan en in de richting van de toren, in het westen, kijkt, kunt u zien dat het Ottoonse gebouw een breed schip vertoont, verdeeld in drie beuken van acht traveeën gescheiden door kruisvormige pijlers. Wanneer u naar de andere kant van het gebouw, in het oosten, kijkt, zult u het transept onderscheiden, voorzien van een vlakke apsis gevormd door zuilen. Op de kruising van het transept en het schip vindt u het koor van de monniken, waarvan de vloer lager gelegen is dan de rest van de kerk. Het halfronde koor wordt omringd door een kooromgang met een veelhoekig chevet. U hebt toegang tot de half begraven buitencrypte, gebouwd in het verlengde van de kooromgang, via zijwaartse gangen met een zachte helling. De crypte heeft dezelfde breedte als het schip van de kerk en bestaat uit vijf beuken eindigend in gespreid opgestelde absidiolen. Elk ervan herbergt de voet van een altaar.
    Het gebouw zal grotendeels intact blijven tot het begin van de 16e eeuw. De kerk was toen in zeer slechte staat en abt G. Manderscheidt begon met de wederopbouw in gotische stijl. Hij behield echter de oorspronkelijke indeling van de Ottoonse kerk.
    In 1796 gaven de vluchtende monniken de abdij over aan de Franse revolutionaire legers. De kerk diende vervolgens als steengroeve en in 1808 werd de toren gesloopt tot de verdieping waarop de klokken werden geluid.

Bewertungen

Noch keine Bewertungen

Erste Rezension schreiben
A minimum rating of 1 star is required.
Please fill in your name.